Raadselachtig Reiff, landschap met een verhaal.
, , ,

Reiff ligt afgelegen op het Ruhba Mòr schiereiland in west Ross-shire, helemaal aan de Schotse westkust van de Schotse hooglanden. Dit is onze laatste dag in dit crofting gehucht waar vroeger vissers en keuterboertjes in hun levensonderhoud probeerden te voorzien. Die afgelegen ligging is niet het enige dat Reiff raadselachtig maakt. Als je het landschap ontrafelt, vertelt het een verhaal en zijn sporen uit het verleden plotseling zichtbaar. Raadselachtig Reiff waarin het landschap vertelt over het verleden. Maar, vandaag ben ik vooral heerlijk in het hier en nu.

Raadselachtig Reiff ligt afgelegen op het Ruhba Mòr schiereiland in west Ross-shire, helemaal aan de Schotse westkust van de Schotse hooglanden. Zeelandschap met rotsige kust afgewisseld met gras op de voorgrond blauwe zee en eilanden en een blauwe lucht met stapelwolken op de achtergrond.

Heerlijk hier en nu

Met een scherpe zilte zeelucht en de zon die warm genoeg is om je schouders te verwarmen, zit ik hier in de tuin. Ik wissel af tussen mijn boek lezen en opkijken om van de omgeving te genieten. Het is heerlijk om hier gewoon te zijn, in een landschap dat iets idyllisch heeft, en tegelijkertijd iets alledaags.

Raadselachtig  Reiff op het Ruhba Mòr schiereiland in west Ross-shire, aan de Schotse westkust. Kleine crofting community die uitkijkt over een baai. Vanaf een heuvel met rotsen afgewisseld met mos en gras zie je in de verte wit geschilderde, en een paar grijze stenen huisjes.
Dat kleine huisje met het witte hek, dat is het huisje vanwaar uit dit verhaal is geschreven. Het hek omzoomt de tuin waar ik zit.

Wat zit er verborgen onder het landschap van Reiff?

Als het grauw en grijs is zou je hier een thriller of een detective kunnen schrijven. Het lijkt of er niet alleen van alles op het landschap ligt, rotsen, stenen, geraamtes van huizen, achtergelaten rommel, ijskasten, autobanden. Er zit ook iets onder dit landschap, iets dat ondefinieerbaar, en donker is. De achtergelaten rommel, in dit afwisselend zompige en rotsachtige terrein, getuigt van weinig eerbied voor de ruwe schoonheid van dit landschap. Toch is dat achteloze en ongeordende er onlosmakelijk mee verbonden.

 Reiff op het Ruhba Mòr schiereiland in west Ross-shire, aan de Schotse westkust. small weggetje met rechts wat struiken en gras en een paar grazende schapen, links een caravan, een auto en een huisje met rood dak. Verderop een klein grijs huisje met wit hek en een grote rotspartij. Links is een heel klein stukje baai te zien en de helft van de afbeelding is een grijsblauwe lucht.

Landschap met een verhaal

Mijn toeristenblik houdt van heldere lijnen, schoon en netjes. Maar, dit is een gecompliceerd landschap, een landschap met een verhaal. Een landschap dat refereert aan een tijd waarin schoonheid niet eens luxe is, laat staan dat je er naar op zoek zou gaan. Een tijd met de noodzaak om uit niets, iets te maken, en waar alles, ooit, nog gebruikt zou kunnen worden. Een tijd waar het er om gaat om een bestaan te onttrekken aan een landschap, dat daar niet geschikt voor is.

Reiff peninsula. Rocky outcrop with green patches of grass and ovelooking sea and sky with white feathery clouds. Lots of debris on the rocks, most notably old car tires

In Night falls On Ardnamurchan beschrijft Alasdair MacClean aan de hand van dagboek notities van zijn vader een vergelijkbaar landschap.

Wind Southeasterly, fresh to strong at first. . . . I did various odd jobs including fitting a shaft to the head of a square spade which someone had dumped in the hollow. This task took some time but, at any rate, we now have a serviceable spare spade.

Dumpen

The hollow, in het citaat hierboven, is een verborgen plek waar de crofters destijds ongewenst huishoudelijk afval dumpen. In dit geval in een natuurlijke holte waarvan de struiken de rotzooi uit het oog houden. Niet dat er veel werd weg gegooid. In een bestaan waar hergebruik een natuurlijke én noodzakelijke staat is, zijn deze pré vuilnisdienst plekken uitermate geschikt om iets van je gading te zoeken en te hergebruiken.

Of hergebruiken

Het idee van hergebruik spreekt me aan, het gebruik om overal maar rotzooi neer te pletteren weer minder. Toch lijkt ook dit landschap deze gewoonte in zich mee te dragen. Ik zie het in de motor die we de eerste dag zagen, het plastic visserij afval dat bij het meer verborgen lag, en de autobanden andere roestige rommel die vlak bij ons huisje achteloos lijkt neergegooid. Je kunt er van alles van vinden, maar ze vertellen op verschillende niveaus over het verleden. Daarmee vertellen ze ook het verhaal van dit landschap.

Crofters

Nagenoeg alle dagboek notities in Night falls On Ardnamurchan beginnen met het allesbepalende weer. Geen wonder, het weer dicteert de bezigheden die je als crofter, zeg maar een soort keuterboer, moet uitvoeren om je bestaan zeker te stellen. Zo ook het verzamelen van een mager maal van zeevruchten.

“Dull all day with strong Southeasterly wind. Mild. Drizzle which started in mid-afternoon, developed into torrential rain which lasted for several hours. Gathering winkles.”

In Den Helder verzamelden wij deze kleine zee slakjes ook. Wij noemden ze alikruiken. Je kunt ze koken, meestal in een conservenblikje boven een kampvuurtje, en dan met een speld uit hun huisje peuteren. Dit verzamelen, koken en peuteren, neemt heel wat tijd in beslag en levert alles bij elkaar ongeveer één hap redelijk taaie zeevruchten op.

Losse eindjes aan elkaar knopen

Ik schreef al eerder over het crofters bestaan waarbij de bestaanszekerheid, die uit veel losse eindjes bestaat, losjes aan elkaar geknoopt is. Of dat nu vee hoeden, vissen, of het onderhouden van de croft is (ik weet uit ons leven in Den Helder hoe snel alles aan zee verweert en roest), of de aardappels overhalen om uit hun lazy beds te komen. Sporen van dit leven zie je hier in het landschap, al is het maar het streepje zand dat de rotskust doorsnijdt en waarover de bootjes de baai in werden en worden getrokken.

 Reiff. Rotsige kust  met baai met twee kleine kano's en twee witgeschilderde oude bootjes en een paar oranje boeien

Pure vreugde of het voorportaal van de hel?

Neem het turfsteken, één van die losse onderdelen van het crofters bestaan. Maclean schrijft hierover

Cutting peats –by which I mean the whole operation– is never less than hard work and, in hot sticky weather, when the midges and stinging horseflies are bothersome, can be a form of purgatory.

Toch is er ook een andere kant dan het voorportaal van de hel, een kant waarin schoonheid je kan overvallen. Maclean beschrijft een heldere lenteochtend als hij op pad gaat om turf te steken. Zonneschijn en een zacht briesje, boterhammen op zak, en de wetenschap dat hij die hele dag alleen zal doorbrengen, wat helemaal prima is.

But it can also be sheer joy, the most delightful part of crofting. . . . You start to work for your own benefit and pleasure, at a job which has a direct and physical connection with who . . . you are. Up above larks are going melodiously mad, and all around is the varied life of the bog, butterflies, dragonflies, half a hundred plants and wildflowers. Behind you grows the story of your day.

Als de broodjes turf zich in rijen achter hem opstapelen voltrekt het verhaal van die dag, zich ook in zijn lichaam. Allereerst in zijn spieren, waar het ongebruikte bindweefsel eerst nog lekker ligt te dutten. Halverwege de middag sluipt de vermoeidheid vanaf polsen en enkels stilletjes naar binnen, om tegen tea time (avondeten) zich vast te zetten in z’n onderrug. De veranderingen die hij aanbrengt in het landschap hebben zich vastgezet in z’n lichaam. De rijen turf zullen drogen als brandstof voor de winter en de geulen waar de turf uit is gestoken zullen in het landschap blijven. Het ongemak hoort er bij, hij koestert het zelfs, als hij rij na rij turf steekt, en zegt:

On such a day one would have to be a clod of clods, deprived of all senses and all hope, not to feel close to the beating heart of the world not to feel accepted and nourished. I have spent long days out on the bog when I would not have changed places with a king or emperor.

Nee, het leven van een crofter is bepaald geen luxe. Maar, de ruwe schoonheid van het landschap dat hij beschrijft, een landschap dat zich vastzet in zijn lichaam en waar hij deel van is, dat is koninklijk, én een beleving waar menig zichzelf zoekende ziel een puntje aan kan zuigen.

Schier ongrijpbare helderheid

Reiff on the Rubha Mhór peninsula in Ross shire in Schotland. Voornamelijk blauwe lucht met witte schapen wolken.Rechts  onderaan  een kop van een schaap dat net over de rand van de rots met wat gras kijkt.

Als de zon schijn heeft het landschap een schier ongrijpbare helderheid. Er is geen plek waar je beter kunt zijn. Aqua en azuurblauwe zee aan je voeten en mistige bergen in de verte. Schitteringen op het water, de rotsen, wit én donker, die evenals het groen van het gras, contrasteren met het felle blauw van de lucht. Zelfs de schapen en de wolken lijken in harmonie met elkaar, hier in Reiff op het Rubha Mhór schiereiland in Ross shire in Schotland

Wat mis ik ?

Reiff op het Rubha Mhór schiereiland in Ross-shire in Schotland. Iets in me denkt, er is nog zoveel te zien hier. Wat mis ik? Moeten we niet op stap. Is er achter de horizon nog iets? Maar ik mis helemaal niets. Ik zit nu, hier en nu, heel erg in het hier en nu te zijn. En dat is helemaal prima. Ik hoef niets en ik hoef ook helemaal nergens anders te zijn. Bovendien wil ik eigenlijk mijn boek uit hebben, want morgen vertrekken we. Zo af en toe sta ik even op voor koffie, of thee, en om een paar foto’s van de omgeving rond het huisje te nemen.

Reiff on the Rubha Mhór peninsula in Ross shire in Schotland. Strand aan deze baai met tweekleurig azuurblauw en korenblauw water. Op  de kustlijn zit een zwarte hond en  de voorgrond zand met zwarte rotsen bedekt met zeewier
Reiff on the Rubha Mhór peninsula in Ross shire in Schotland. Strand aan deze baai met tweekleurig azuurblauw en korenblauw water. Op  de waterlijn een rode Canadese kano. Op de voorgrond zand met zwarte rotsen bedekt met zeewier

Ook deze dag ben ik begonnen met een heerlijke duik. De eigenaar van het huisje komt een nieuwe tv brengen, want de oude heeft er de brui eraan gegeven. Ik heb een boek Summer Isles van Philip Marsen gevonden in het huisje. Hierin beschrijft hij een reis op weg naar dezelfde Summer Isles die wij steeds van de kust af zien liggen. En die ik nog in fotogeniek licht wil fotograferen. Het boek beschrijft de reis per zeilboot, om Ierland heen, naar het noordwesten van Schotland. Marsden schrijft ter nagedachtenis van zijn tante, die hier in Coigach en Assynt samen met hem, en op een noodlottig moment in haar eentje, de bergen beklom.

Zijn manier van schrijven zet een luikje open in mijn hart. Eilanden als symbolen, als gliefen: vormen voor tekens, dat maakt de eilanden zowel beschrijving als landschap. De Summer isles heeft Marsden niet meer samen met zijn tante kunnen bezoeken. Ze zijn nu het doel van deze reis. Maar, meer nog dan over eilanden en over het breuk gebied van taal en landschap, gaat het boek over het breuk gebied tussen verhaal en werkelijkheid, en het punt waar die twee elkaar ontmoeten.

“Sometimes …Bridget and I would drive west and walk. We developed a fascination for the strange peaks that rise from the moors of Coigach and Assynt — Cùl Mòr, Cùl Beag, Canisp, Suileven, Quinag. They are not particularly high those peaks, those worn lumps of Torridonian sandstone, but they represent some of the oldest rocks in all of Europe. From their tops, in the late afternoon sun, we looked out over the Minch, over the western sea. Its face changed and shifted with the sky above it. Sometimes it was opalesque, sometimes storm grey, and sometimes it looked less like water than a sheet of beaten silver, and the silhouettes were not islands but glyphs that ciphers tooled onto its surface. Those were the summer isles.”

“So now when I picture mythical islands it is the summer Isles that come to mind. . . . This book is about such places — places drawn by longing and memory, places just beyond our reach, places that are not really there at all — and it’s about what happens when you set sail in search of them.”

Philip Marsden in Summer isles

Het boek past wonderwel bij deze omgeving met zijn constant wisselende horizonlijn en daarbij horende stemmingen. De pieken Cùl Mòr, Cùl Beag, Canisp, Suileven, Quinag en de zomer eilanden net voorbij de horizon van waar ik nu zit. Doe ik er goed aan om hier te blijven zitten?

(28-7) 14e vakantiedag.

Fijn als je mijn berichten deelt, met de naam van mijn blog@picturestravels.org Zo bereik ik meer mensen.

Er is iets fout gegaan. Vernieuw de pagina en/of probeer het opnieuw.

Geef een reactie! Ik vind het leuk om van je te horen, en het helpt ook nog eens om meer bezoekers te krijgen.


Ontdek meer van Imagine Travels

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder